Gewasbescherming

De juiste balans tussen biologie en chemische gewasbeschermingsmiddelen

In het verleden werd er gesproken over bestrijdingsmiddelen. Sinds een aantal jaren is dit woord vervangen door gewasbeschermingsmiddelen. Dit woord past ook veel beter bij Lans. Het doel is namelijk het gewas te beschermen tegen ziekten en plagen. Dit proces is een vak apart. Al bij het opkweken van de planten wordt de gewasbescherming ingezet. De kweker voegt gedoseerd ‘goede’ virussen aan de planten toe om in de loop van het groeiseizoen ‘slechte’ virussen te voorkomen. Komen de planten nieuw in de kas dan worden er gele vanglinten opgehangen om een bekende plaag, witte vlieg, te voorkomen. Ook worden er direct eitjes van natuurlijke vijanden tussen de planten gehangen, zodat een goede balans qua insecten in de kas kan ontstaan, daardoor wordt het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen tot het minimum beperkt. Het overgrote gedeelte van de inzet bij Lans zijn biologische gewasbeschermingsmiddelen.

Controle op kwaliteit

Medewerkers die bezig zijn met gewaswerkzaamheden in de kas houden ook nauwlettend de planten in de gaten, zodra er afwijkingen worden geconstateerd wordt dit doorgegeven aan de medewerkers die zich bezig houden met de teelt. Ook zijn er speciaal opgeleide medewerkers die in de kas ‘scouten’. Dit scouten houd in dat er systematisch wordt gecontroleerd op ziekten en plagen. Mocht er ondanks al deze preventieve maatregelen er toch sprake zijn van een ziekte of plaag dan moet er ingegrepen worden, om de kwaliteit en de productie van de tomaten te blijven garanderen. Eerst wordt dan gezocht naar een biologisch middel. Is dit niet aanwezig dan pas wordt er gebruik gemaakt van chemische middelen. Bij gebruik van chemisch middelen zal zo veel als mogelijk de natuurlijke vijanden worden gespaard. Lans heeft verschillende kwaliteitszorgsystemen waarin het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitgebreid wordt gecontroleerd. Zie ook onder certificeringen.